Krijgsmacht in crisistijd;

inside the ops-room

Kijk mee achter de gesloten deuren van het Nederlandse
geweldapparaat, op missie in eigen land. 

Artikel 1 | Ooggetuige in het hoofdkwartier

Krijgsmacht in crisistijd; inside the ops-room

De mailbox puilt uit, de koffie op het bureau is inmiddels koud en door het hele gebouw echoot het aanhoudende geblèr van rinkelende telefoons. Uit de IPad voor hem komt de regelmatig haperende stem van zijn baas, Landmachtbaas Martin Wijnen. De laatste keer dat ze elkaar in het echt zagen is alweer zo’n twee week geleden. Normaal zien ze elkaar elke dag. De sluwe, onzichtbare doch dodelijke vijand houdt zelfs de Landmachttop in zijn greep. Ook hier is het oorlog en de vijand heet Corona. Na jaren oefenen op de meest ondenkbare scenario’s is het nu tijd voor de Landmacht om zich te bewijzen. Kolonel van Dalen gaat voorop in de nationale strijd tegen het coronavirus.

Operations Room (m/v) 

Ook wel ops-room; militair jargon voor commandocentrale, het zenuwcentrum van een operatie,
de ruimte vanuit waar alle informatie voor de commandanten binnenkomt en de belangrijkste besluiten worden genomen. 

Deel 1

“Deze crisis toont aan dat wij best wel in staat zijn om dingen te fiksen.”


- Kolonel Hans van Dalen

Het Nederlandse leger is al tijden niet meer bedoelt om te vechten. Sinds het Ministerie van Oorlog weer het Ministerie van Defensie is gaan heten draait haar kerntaak om verdediging. Vredesoperaties in plaats van gevechtsmissies. Toch werd er door het militaire apparaat de afgelopen decennia flink geknokt. Niet tégen een vijand, maar vóór bestaansrecht. In die strijd is corona een tijdelijk staakt het vuren. De inzet van militairen in eigen land laat volgens Kolonel Hans van Dalen zien dat het groene bedrijf anno 2020 ‘nog echt wel ergens goed voor is’. Defensie kan weer laten zien waar al die jaren voor paraat werd gestaan. ‘Deze crisis toont aan dat wij best wel in staat zijn dingen te fiksen.’ Aldus de Kolonel.

Kolonel Hans van Dalen staat aan het hoofd van het Actie Centrum Koninklijke Landmacht, het ACKL, als de coronacrisis Nederland binnendringt. Al voor dat de eerste besmettingen zijn bevestigd liggen tal van inzetscenario’s klaar om te draaien. Ondersteuning van de Nederlandse overheid in tijden van rampen of crises als deze is namelijk een (vaak vergeten) kerntaak van de krijgsmacht in de 21e eeuw. 

Het Actiecentrum is een voor deze kerntaak standaard gereedstaande capaciteit. Wordt Nederland bedreigd, dan wordt het ACKL actief. Dat gebeurt vaak al voor dat de dreiging het nieuws heeft gehaald. Bij de ramp met vlucht MH17 was dit bijvoorbeeld het geval. Na de tramaanslag in Utrecht werd er na twijfel toch van afgezien. Dat besluit wordt mede door van Dalen genomen. Ook in het geval van corona hakte hij de knoop door. De interne strijd om bestaansrecht en draagvlak lijkt sindsdien even te zijn gestaakt. 

Had je dit als oefenscenario bedacht dan was je faliekant uitgelachen.

"

- Kolonel Hans van Dalen

Eén van de eerste steunaanvragen die op zijn bureau belanden is de vraag naar medische apparatuur. Gelijk een ingewikkelde kwestie. Als de Telegraaf bericht over het bewust achterhouden van een aantal gevraagde beademings- en röntgenapparaten, lijkt defensie even publiekelijk weg te worden gezet als egoïstisch en niet solidair. ‘Volstrekte onzin’ volgens de Kolonel. ‘Die apparaten zijn nodig voor onze eigen mensen’, ligt hij toe. 

Op dat moment zitten er namelijk nog enkele duizenden van zijn mannen en vrouwen in missiegebied. ‘Als hen wat overkomt moeten we ze wel kunnen helpen.’, en dat gaat niet zonder apparatuur. Al snel waait de ingetogen ophef over. 

Naast medische voorraden bezit defensie loodsen vol voedselvoorraden; noodrantsoenen die Nederland van de NAVO ten alle tijden klaar moet hebben staan. Maar ook ‘normaal’ eten voor in vredestijd is er binnen het bedrijf genoeg. De PR machine ziet gelijk kansen; een betere campagne dan voedsel uitdelende militairen in de media kun je met geen budget gedaan krijgen. Als de Nederlandse Voedselbank aanklopt bij de kazernepoort wordt de overgebleven voeding van stilgelegde oefeningen gretig gedoneerd. Later worden in de distributiecentra militairen ingezet om het tekort aan vrijwilligers, een doorgaans oudere en dus kwetsbare groep, op te vangen.

Curriculum Vitae

Hans van Dalen

1981 - Koninklijke Militaire Academie  |  bachelor Krijgswetenschappen
1994 - NLD Defense Staff College  |  Executive master War & Conflict studies
2008 - Hoofd sectie Inlichtingen & Veiligheid (G2)  |  Task Force Uruzgan (Afghanistan)
2013 - Hoofd Land Warfare Centre  |  Koninklijke Landmacht Amersfoort
2015 - Commandant All Sources Information Fusion Unit  |  MINUSMA (VN missie in Mali) Gao & Timboektoe
2015 - Commandant Joint Intelligence, Surveillance, Acquisation and Recoinnaissance Command (JISTARC)  |  Koninklijke Landmacht 't Harde
2018 - Hoofd Current Operations (huidige functie)  |  Koninklijke Landmacht, Utrecht

"

Net als in iedere andere oorlog is informatie ook in deze strijd een zeer belangrijk wapen.

"

 

Naast het zojuist aangehaald PR machine stereotype, waar de krijgsmacht al jaren tegen vecht, is er door deze crisis een ander stereotype in de schijnwerpers komen te staan.: Defensie als hiërarchisch bolwerk, dat kan in deze tijd eigenlijk niet meer. Rangen & standen in een samenleving waar gelijkheid een sacrale waarde heeft. Ook dat hielp nooit lekker mee in de beeldvorming. 

De coronacrisis laat echter zien dat die hiërarchische structuur een groter doel dient dan het verheerlijken van kalende mannen in groene pakken. Het is een crisisstructuur ontworpen als houvast voor tijden waarin alles onzeker is. Dat crisis de core business van de krijgsmacht is, wordt dankzij corona duidelijk. 

Dat de eindeloze protocollen wel degelijk ergens goed voor zijn kan hierna niet meer worden ontkent, beamen verschillende militairen binnen het ACKL. Zelfs civiele instellingen nemen de krijgsretoriek over.

Afdelingshoofden van de Intensive Care worden al gauw battle captains nadat een medisch planner hier een paar weken bij komt springen. De militair vertrekt. Het jargon blijft. Volgens van Dalen zorgen rangen en standen voor orde. Een duidelijke structuur is volgens hem cruciaal in tijden als deze ‘waarin heel veel dingen onduidelijk zijn’. Dat het ACKL binnen een mum van tijd operationeel was, is te danken aan de soms haast krampachtig ver uitgedachte protocollen en instructies waar je als militair van begin af aan mee wordt ‘doodgegooid’, zoals een jonge militair mij uitlegt bij de lunch. 

Overzicht van, grip op en uiteindelijk controle over de situatie krijgen, dat is in deze begindagen het belangrijkste doel. Niet alleen moet er gekeken worden naar of en hoe militairen kunnen bijdragen in de crisis, er zitten ook nog duizenden eigen mensen in gebieden ver van hier. En wat dacht je van de 40.000 militairen die de werkdag doorgaans bewapend of onderin een tank doorbrengen. Het militaire beroep is niet erg geschikt voor thuiswerkers. Rupsbanden zijn nou eenmaal niet zo goed voor de nieuwe bestrating van de oprit van de buren. 


En dan nog de publieke opinie waar ook rekening mee gehouden moet worden. Nu een goed beeld creëren in de hoop dat de (tijdelijk stilgelegde) militaire opleidingen straks weer goed gevuld zijn. Het enorme personeelstekort sluimert op de achtergrond namelijk gewoon nog door. Of deze crisis ook daar iets in kan betekenen is onderwerp voor later. Na een lange dag zwaait de Kolonel me vanachter zijn bureau uit, midden in een videocall met ‘de baas’. Muisstil trek ik de deur achter me dicht. Hoe ik zonder zijn toegangspas het goed beveiligde gebouw weer uitkom zoek ik beneden wel uit. 

Deel 2 | 

“Als je die Ford Ka groen zou spuiten en zegt dat het een tank is zouden ze dat in Den Haag zo geloven.” 

- Pantserinfanterie over Defensietop

Het coronavirus houdt Nederland inmiddels zo’n 10 week in haar greep. Het virus lijkt eindelijk wat af te zwakken. De Minister President spreekt openlijk over een mogelijke versoepeling van de coronamaatregelen en het wordt langzaamaan weer wat drukker op straat en in het openbaar vervoer. Opnieuw ga ik langs op de Kromhoutkazerne in hartje Utrecht. 

Het ACKL draait intussen als een geoliede machine. De werkdruk is niets vergeleken met de begindagen, toen tijd voor een broodje bij de lunch nog als luxegoed werd aangemerkt. De zaken lopen. Sommige steunverlening is alweer ten einde en de bezetting van het actiecentrum is behoorlijk afgeschaald. Iets te voorbarig, als je het Kolonel van Dalen vraagt. Naar het advies om daar nog iets langer mee te wachten werd niet geluisterd door zijn baas die tevens de baas van het hele leger is; Commandant der Landstrijdkrachten Martin Wijnen. De hooggeplaatste Generaal wordt overigens zelden bij zijn eigen naam genoemd. Hij wordt niet als persoon maar als functie aangesproken. ‘De C-LAS’ is binnen de krijgsmacht tot ware entiteit verworden. Grote kans dat één op de twee militairen geen idee heeft van de echte naam van de C-LAS. Of van zijn voorganger, en alle anderen die daar weer aan vooraf gingen. Ik merk dat ik wat nerveus wordt van de rijkelijke versiering op de schouders van C-LAS. Inmiddels ben ik zijn naam ook kwijt.

Nu de hoogtijdagen van de crisis achter de rug lijken te zijn wordt er volop geëvalueerd. Ook zo’n typisch defensiedingetje. Alles om te voorkomen dat nu gemaakte fouten zich in de toekomst niet zullen herhalen. De lessons learned worden gelijk verwerkt in de procedures, voor de volgende keer dat er een wereldwijde pandemie uitbreekt.
Eén van de lessons learned is wat Kolonel van Dalen de ‘corrumperende werking van informatie’ noemt. Dat is de neiging om met alle informatie die je op een dag binnenkrijgt iets te moeten of willen doen. ‘Maar dat is vaak zo veel informatie dat je door de details het grote geheel niet meer ziet.’ Terwijl het waarborgen van the big picture juist de taak van de commandant is. ‘De rest bemoeit zich wel met details. Hoe verleidelijk ook, in deze functie moet je dat leren loslaten.’

<- Afbeelding: bij alle ingangen staan desinfectiepompjes. Alle keren dat ik in Utrecht was, waren ze leeg.

Dat besluiten alleen door de top in Den Haag genomen worden is een tweede punt van kritiek van de Kolonel. ‘Het is onmogelijk overal accuraat op te reageren omdat alles eerst langs Den Haag moet.’ Licht hij zijn standpunt toe. Dat daar ook de politieke verantwoordelijkheid ligt werk evenmin lekker mee. De angst om het verkeerde besluit te nemen vertraagd het proces nog verder. Een pijnpunt tijdens deze crisis, die de interne beeldvorming volgens van Dalen heeft aangetast. 

‘Alles wordt centraal besloten, dat moet veel meer gedelegeerd worden.’ Dat roept de Kolonel naar eigen zeggen al jaren. ‘In het huidige systeem gaat de slagvaardigheid verloren en blijft men altijd achter de feiten aan hobbelen.’ Het decentraliseren van de besluitvorming is een breder bestaande wens binnen de Landmacht. Als ik later met een groepje ‘manschappen’ praat,  Soldaten en Korporaals, de ‘laagste’ rangen in de hiërarchische structuur, wordt me duidelijk dat het niet alleen lang duurt voordat iets besloten wordt maar dat wat besloten wordt ook niet altijd een succes is. 

De defensietop wordt vooral verweten van ‘geen idee hebben wat we hier eigenlijk doen’. ‘Hier’ is in dit geval de pantserinfanterie. ‘Volgens mij hebben die lui echt geen flauw benul.’ Eén van de jongens wijst naar een verderop geparkeerde Ford Ka. ‘Als je die groen zou spuiten kun je ze in Den Haag nog wijsmaken dat het een tank is.’ De hele groep buldert van het lachen. Later wordt me verzekerd dat het niet echt zo erg is, maar de afstand tussen Den Haag en de operationele gevechtseenheden zowel fysiek als qua beleving veel te groot is. 

Naast dat er wordt teruggeblikt, blikt het ACKL ook vooruit naar de Landmacht in een anderhalve meter maatschappij, een nabije toekomst. Hoe dat in zijn werking gaat wordt nu verder uitgezocht. Militairen hebben een contactberoep pur sang. Social Distancing in die sterke sociale context lijkt een haast onmogelijke opgave. Maar het leger moet te allen tijde paraat blijven staan, dus er moet binnenkort toch echt weer getraind gaan worden. En dat kan niet buiten de context van de bestaande teams. Bij het bedienen van een wapensysteem zijn alle teamleden nodig en is de ruimte in het voertuig zeer beperkt. Anderhalve meter aanhouden is gewoon niet mogelijk 

Uiteindelijk wordt besloten de ‘vitale processen’ ontheffing van de RIVM-maatregelen te geven. De eenheden die binnenkort op uitzending gaan kunnen zo weer volop trainen op de gebruikelijke manier, dicht in elkaars aura dus. Wel duurt hun uitzending nu vier week langer. Voor en na de missie moeten zij twee week in quarantaine in Oirschot. Voor die tijd moet het thuisfront al gedag worden gezegd en niemand zwaait ze uit als ze op het vliegtuig stappen. Een ingrijpende maatregel maar door de internationale structuur van de missies onvermijdelijk. De quarantaineregels zijn van Duitse makelij, de huidige leading nation van de verschillende missies. Het Duitse bevel kan moeilijk worden genegeerd. Andere opties ontbreken. 

Hoe de werkdagen van de thuisblijvende eenheden er uit komen te zien is hierna onderwerp van vergadering. De eerste niet-virtuele meeting sinds het begin van de crisis. Een securitybedrijf doorzoekt nog de laatste kiertjes van de conferenceroom op zendertjes, microfoontjes of andere afluisterapparatuur als de hoge heren van de krijgsraad stuk voor stuk binnendruppelen. De meeting is ook voor mijn oren niet bestemd. Als ik het zwaar beveiligde gebouw voor de laatste keer deze crisis uit loop stuit ik op een haag van dienstwagens. De chauffeurs staan geduldig in de zon te wachten. Het juist doodnormale scenario hier op de Utrechtse Kromhoutkazerne voelt na mijn dagen in verlatenheid juist onwennig aan. 

Afbeelding: Majoor Jordi Feenstra is de rechterhand van Kolonel van Dalen. Kijk voor het interview met de Majoor de trailer op de homepagina

In totaal werden zo’n 500 militairen ingezet tijdens de coronacrisis. Daarvan zijn er momenteel nog enkelen aan het werk. Er werden zo'n 1500 militairen teruggehaald van buitenlandse missies, enkele tientallen bleven achter om de kampementen daar te bezetten en beveiligen. Defensie heeft in totaal zo’n 250 militair artsen en verplegers. Hiervan zijn er gedurende de crisis ongeveer 200 ingezet.

Ook leverde defensie tientallen militaire planners die civiele bedrijven zoals ziekenhuizen hielpen bij het spreiden van patiënten over het land om overbezetting van bepaalde plaatsen te voorkomen. De Nederlandse voedselbanken kregen het voedsel dat overbleef van afgelaste oefeningen. Niet veel later hielpen militaire planners ook daar bij het voldoen aan de enorme vraag naar voedselpakketten. Tot slot werd ook logistieke ondersteuning geboden bij onder andere het verdelen van medische apparatuur en het opvangen van asielzoekers op de kazerne in Zoutkamp.

Scroll naar beneden voor het volgende artikel: Opgeleid voor schotwonden, ingezet voor stervensbegeleiding.

Opgeleid voor schotwonden, ingezet voor stervensbegeleiding 

Militaire Medics Robert & Jildou worden ingezet in woonzorgcentrum de Brinkhoven in Heerde, waar het al vroeg in de crisis helemaal mis gaat. Dubbelinterview met twee 'afgestoempte' militairen in het meest kwetsbare scenario. "Terwijl ik de IPad vasthield nam ze afscheid van haar familie. 'Bedankt voor een mooi leven', dat waren haar laatste woorden."